Voorkom voedingsbodem voor extremisme

Volgens Minister Verdonk is het hebben van een dubbele nationaliteit in conflict met het Nederlander (willen) zijn. Voor Geert Wilders is de islam onverenigbaar met de Nederlandse rechtsstaat en hij wil dan ook de burgerrechten van Nederlandse moslims inperken. Beide standpunten laten zien dat in het dominante denken Marokkaan en Nederlander of moslim en Nederlander elkaar uitsluiten categorieën moeten worden. In de dominante beeldvorming is dit al het geval nu moet alleen het beleid nog aangepast worden.

Wat Verdonk en Wilders eigenlijk zeggen is dat extremisme en geweld gelijk staan aan Marokkaans en moslim zijn. Het is niet-Nederlands. Verdonk en Wilders willen de Nederlandse identiteit zuiveren van 'vreemde' smetten en dus moeten de grenzen van wat Nederlands is (en wat niet) opnieuw afgebakend worden. Hun ideeën zijn dat met beperkte burgerrechten of enkel een Marokkaans of Nederlands paspoort de extremistische daad van geweld van Mohammed B. buiten de deur gehouden had kunnen worden. Maar Folkert van der G. heeft toch al lang laten zien dat extremisme ook Nederlands is. Het ironische is dat Mohammed B. nu juist een goed geïntegreerde Nederlander is van Marokkaanse afkomst. De verbazing die dat oproept bij sommige politici maakt eens te meer duidelijk met welke naïviteit politici het vraagstukken van integratie en van veiligheid benaderen. Onthutst zijn politici en beleidsmakers over het feit dat hij het zo goed deed op school en diploma's op zak heeft. Een slimme jongen. Mohammed B. brengt de gedachte achter het integratiebeleid van Verdonk een grote slag toe. Die gedachte is dat na het doorlopen van de verplichte inburgering, het verkrijgen van een vignet, men zich volledig Nederlander voelt en als zodanig wordt behandeld.

Deze inburgervisie is door Bolkestein geïntroduceerd. Afgelopen zondag zei hij in het tv-programma Buitenhof dat integratie met behoud van identiteit (het oude beleid) onmogelijk is aangezien iemands identiteit door integratie verandert. Deze benadering veronderstelt een coherent, rationeel, autonoom individu die volledig in de integratiesmeltkroes kan worden omgesmolten tot Nederlander. Maar dit beeld is achterhaald en gestoeld op een ouderwets beeld van individuen dat nog stamt uit de tijd van Descartes.

Mohammed B. laat juist zien dat iemand die geïntegreerd is zeer uiteenlopende identificaties en selectieve affiniteiten kan hebben. Identiteit is dus gefragmenteerd en gestoeld op meervoudigheid. De meerderheid van de moslims laat dan ook zien dat islam en Nederlanderschap prima te verenigen zijn. Met andere woorden integratie mét behoud van identiteit is mogelijk.

De essentiële vraag is dan ook waarom iemand met goede diploma's en dus met kansen voor maatschappelijk succes zich in Nederland identificeert met een politiek-religieus extremisme. Het antwoord op deze vraag moet niet in Marokko maar juist in Nederland gezocht worden en dat is een bittere pil voor veel politici en beleidsmakers. Dat betekent dat het positieve zelfbeeld aan kritiek onderworpen moet worden.

In tegenstelling tot wat Wilders beoogt, moeten politici en beleidsmakers zich juist afvragen of alle burgers in Nederland daadwerkelijk hun burgerrechten kunnen genieten. Men kan namelijk onmogelijk betogen dat Nederlanders met een migrantenachtergrond dezelfde kansen en mogelijkheden krijgen als autochtone Nederlanders. Als je je als migrant al volledig Nederlander zou voelen, laten autochtonen wel merken dat je het (nog) niet bent. In het meest negatieve geval leidt dit tot uitsluiting.

Met andere woorden: inburgering is geen garantie tegen uitsluiting. Zou de maatschappelijke uitsluiting en het demoniseren van migranten niet eerder hebben geleid tot het extremisme van Mohammed B? Of anders gezegd. Is het juist nu niet cruciaal om te zorgen dat iedereen zich ook daadwerkelijk ingesloten voelt in de Nederlandse samenleving? Dat betekent dat integratie gepaard moet gaan met een stevig gelijke kansen- en non-discriminatiebeleid om burgerrechten te bewaken.

Niet alleen migranten moeten zich houden aan de regels van de Nederlandse rechtsstaat maar alle Nederlanders. Politici hebben daarin een voorbeeldfunctie. Dat betekent ook dat kwetsende uitspraken van politici over etnische groepen (Kutmarokkanen!), religies ("Mohammed is een perverse tiran") of uitsluiting van vrouwen van politieke deelname (SGP) krachtig afgewezen moet worden. Als de politieke elite van een land namelijk meedoet aan (symbolische) uitsluiting, is de beer los. Dat heeft de kwestie Fortuyn wel aangetoond. Helaas ontbreekt het aan politiek leiderschap om deze boodschap met kracht naar voren te brengen. Balkenende heeft er nog geen één keer blijk van gegeven dat hij MP is van álle Nederlanders. Het kabinet doet niets anders dan zich focussen op de AIVD en extra bewaking. Van "de boel bij elkaar houden" is veel te weinig sprake.

Het afschaffen van een dubbele nationaliteit of het inperken van burgerrechten voor moslims is net zo stompzinnig als bijvoorbeeld de toegang tot internet willen beperken. Ten slotte keek Mohammed B. via het internet naar moslim extremistische sites en filmpjes van het Amerikaanse leger die Irakese burgers bombardeerden. In een geglobaliseerde wereld houd je transnationale politieke, economische of digitale netwerken niet meer tegen. Dat betekent dat burgers steeds meer grensoverschrijdende identificaties en affiniteiten hebben.

Politieke stromingen of bewegingen zijn altijd al internationaal geweest. Dat gold voor het communisme, het liberalisme, en nu ook het neoconservatisme dat overal in Europa en de VS de kop op steekt. Ook tegenbewegingen als het feminisme, de homo-emancipatiebeweging en de anders-globalisten gaan over de grenzen van de natiestaat heen. Het is dan ook naïef van Verdonk en Wilders om te denken dat Nederland moslimextremisme buiten de deur kan houden met hun voorgestelde maatregelen. Veel belangrijker is het om te zorgen dat er in Nederland geen goede voedingsbodem voor extremisme in welke vorm dan ook ontstaat.

Maayke Botman
Aio Vrouwenstudies, Universiteit Utrecht
Maandag 8 november 2004